Ik schuif met mijn billen, die langzaam hard beginnen te worden, over de stoel. Ik weet dat ik te weinig loop maar ik ben te moe en ziek om in de pauzes naar buiten te gaan, rond het trainingscentrum te lopen of gewoonweg wat te bewegen. Bij elke pauze ga ik na een tocht naar het toilet en een nieuwe kop koffie snel weer terug naar mijn plek in de zaal. Daar wacht ik tot Brené Brown opnieuw het podium op zal stappen. (een trouwe volger van mijn blogs begrijpt dat dit voorval van begin november was, maar ik wil het jullie niet onthouden…)

Op mijn schoot liggen naast mijn schrijfblokje en potlood ook nog drie zakdoekjes en mijn telefoon. Daarmee had ik zojuist aan mijn Facebook vrienden laten weten dat ik ‘middenin Brene’s presentatie’ had gedacht dat ik naar mijn kamer wilde. Dat ik zo ziek was dat ik nergens anders behoefte aan had dan aan een bed. En dat ik me over die gedachte dan weer schaamde. (Ik was immers op een plek waar vele anderen met me zouden willen ruilen.. )

Met de hashtag #ikkandat erachter.

Dat is mijn favoriete hashtag wanneer ik iets persoonlijks deel op twitter of facebook. Ik blijk namelijk nooit de enige te zijn die rare dingen kan. Zoals een onbestemd gevoel krijgen wanneer je been ’s nachts uit bed hangt. Of eerst alle misvormde pinda’s uit een schaal eten. Inmiddels weet ik ook wel dat als ik iets kan (of voel of denk of ervaar) ik niet de enige ben. Hoe raar datgene ook blijkt te zijn… En dus schreef ik dat ik me ellendig voelde en naar mijn bed wilde. En tussen de regels door dat ik dat dus never nooit niet ging doen nu ik Brené na al die jaren dat ik van haar mag leren eindelijk eens live mag ontmoeten.

De reactie die ik kreeg op dit bericht blies me van mijn sokkel.

De reactie die ik kreeg kwam niet op mijn facebookpost. Die kwam van Brené zelf. Want nog geen half uur later hoorde ik haar zeggen: “We zijn allemaal opgegroeid in een cultuur waarin we leren dat kwetsbaarheid zwakte is en dat we sterk en stoer moeten zijn. Wie van jullie heeft vroeger te horen gekregen; doe niet zo moeilijk, hou op met dat gesnotter. (of geschreeuw als dat jouw uitingsvorm was)?’

En ze ging verder; “We zijn veel beter in het opwekken van pijn bij anderen dan dat we met onze pijn om kunnen gaan. We verdringen onze pijn, we verdoven het, gaan het uit de weg, projecteren het op anderen, gaan erover lopen nadenken of doen nog meer van wat we altijd doen, gaan nog harder werken… in de hoop dat het ophoudt. Blij, verdrietig en woedend.. dat zijn de emoties die de meeste mensen kennen. Maar als dat het enige is hoe kunnen we dan ooit goed dealen met ons gevoel? Wat er gebeurt daardoor is dat we onze emoties inslikken, doorzetten en maar doorgaan. “

BAM! Die kwam binnen…. 

Ziek, zwak en misselijk zat ik daar in die Londense stoelen vanwege de Fear Of Missing Out. Ik besefte me daar in de zaal dat ik dus met geen mogelijkheid op dat moment vanwege een verkóúdheid toe zou geven dat ik in bed moest blijven. De gedachte aan weggegooid geld en gemiste kansen waren groot genoeg om ‘te bikkelen’ en dus te zorgen dat ik daar op mijn plek zat. Het raakte me. Ik voelde het in heel mijn lijf. Het was bijna zo dat als er iemand naast me had gezeten en het gesprek hierover geopend had ik diegene wel een klap in zijn of haar gezicht had willen geven. Terwijl ik het in feite zélf was, met wie ik het gesprek niet wilde voeren…

De meeste angsten kijken we niet rechtstreeks aan, hoogstens een beetje vanuit onze ooghoeken.

We houden ze in de gaten en gedragen ons net iets minder zorgeloos. Of je ‘denkt je vooraf in’. Doet extra je best. Alles om maar de pijn te vermijden. En dat was wat ik hier zat te doen. En bleef doen overigens, de rest van de dag. Want het feit dat je een levensles voor je neus ziet opdoemen maakt niet altijd dat je gelijk de les geleerd hebt.  Daarom zijn moedige gesprekken ook degene die je aan gaat wanneer je ze het liefste wilt vermijden. Zelfs die met jezelf.

Wat we in het geval van een opwellende emotie mogen doen is stoppen. Stilstaan. Kijken naar wat we echt zeker weten. Benieuwd worden naar de emoties die je voelt. Heb je de neiging om werk eerst perfect ‘af’ te hebben voordat je het iemand laat zien? Heb je het gevoel dat je eerst nog een opleiding af moet ronden voordat je goed genoeg bent? Welke emotie ligt daar onder? Welke mensen durf jij niet te benaderen? En waarom niet? Waar of van wie heb jij mogelijk iets te leren en wat houd je tegen het te gaan doen?

En wat nu als de reden die je jezelf daarvoor geeft niet de waarheid is?

Als er een emotie onder ligt die we moeilijk aan durven kijken? Waar herken jij in je overtuigingen mijn fear of missing out? Of de angst voor afwijzing? Voor falen? Voor commentaar? Voor consequenties in de toekomst?

En durf je ernaar te kijken? Want soms mag je die gesprekken met jezelf gewoon aan gaan. Alleen of met hulp. Dan voel je dat je een keuze mag maken. Een vooronderstelde waarheid los laten. Een ongewenste pijn aan gaan. Maar makkelijk is dat allerminst. Anders hadden we het toch al lang gedaan? Of iets anders geloofd? Een andere keuze gemaakt? Welke keuze heb jij te nemen? Welke angst mag jij in de ogen kijken? En hoe kan ik je daarbij ondersteunen?